Retrospectieve Jean-Pierre Melville

Hommage aan een Franse filmlegende
Lancering op 11 juni in Cinematek

Het Festival zet zijn belangrijke samenwerking met het Koninklijk Belgisch Filmarchief voort en stelt twee retrospectieves voor.

Een eerste retrospectieve wordt gewijd aan Jean-Pierre Melville, vanaf 11 juni. Deze Franse cineast en wegbereider van de Nouvelle Vague zou dit jaar 100 jaar geworden zijn. De lancering van deze retrospectieve vindt plaats in aanwezigheid van enkele genodigden. Wij zullen onder meer 7 gerestaureerde en gedigitaliseerde films vertonen, dankzij onze samenwerking met het Institut français.  Voor fans van film noir een unieke kans !


Jean-Pierre Melville, né Jean-Pierre Grumbach, (°20 oktober 1917 in Parijs en er overleden op 2 augustus 1973), koos zijn pseudoniem als eerbetoon aan de Amerikaanse schrijver Herman Melville.

Met zijn 13 films gemaakt in een kleine 25 jaar is zijn nalatenschap bepalend geweest voor de cinema. Nog voor het idee van een cinema d'auteur wordt geopperd door de jonge critici van de Cahiers du Cinéma, experimenteert Melville al concreet met de basiselementen ervan. Met Le Silence de la Mer in 1947 slaagt hij er in een film te maken zoals niemand dat ooit heeft gedaan: alleen, of toch zoals zo goed als, zonder beroepskaart en met een budget dat 10 keer kleiner was als normaal. 

Het is dan ook niet te verwonderen dat hij één van de helden van de Nouvelle Vague zal worden, één van de geestelijke vaders, hoewel hij afstand zal nemen van de beweging die eind jaren '50 zal ontluiken. 

Na Le silence de la mer (1949) realiseert Melville in nauwe samenwerking met Jean Cocteau Les enfants terribles (1950). Daarna volgt het meer onpersoonlijke Quand tu liras cette lettre (1953). Bob le flambeur zal in 1956 een serie films noirs inluiden, maar de intrigue die zich afspeelt in Deauville, maakt vrolijk plaats voor stijl en de meanderende vorm heeft weinig van doen met narratieve efficiëntie. Met Deux hommes dans Manhattan (1959), gedeeltelijk gedraaid in New York, zal Melville dichter aanleunen bij het model van de Amerikaanse film ... waarvan hij zich opnieuw redelijk verwijdert met Léon Morin prêtre (1961).

Le doulos (1962), is opnieuw een film noir gesitueerd in Frankrijk met een einde in de vorm van een reeks flash-backs in tegenstelling tot de eerder gebruikte klassieke vorm. In L'aîné des Ferchaux (1963), naar Simenon, wordt opnieuw gebruikt gemaakt van deze baladerende vorm. 

Le deuxième souffle (1966), Le samouraï (1967, Le cercle rouge (1970) en Un flic (1972) vormen de finale policier-tetralogie van Melville waarin hij een zin voor ascese manifesteert die men eveneens terugvindt in L'armée des ombres (1969) dat het verzet behandelt.